25 en ein bisschen krank im Kopf. De wereld door een oudroze bril. Gelukkig (niet) en het leven welk ik adoreer, met mijn Lief met rode krullen aan mijn zijde & een toekomstige goudvis die ik James ga noemen.

VROEGER & nu.

Dear photograph 







I love.

Ik hou van soep. Of beter nog, ik adoreer het. Toen ik klein was, maakte mijn mam allerhande soepen, en meestal begonnen onze avondmaaltijden met een kom hete heerlijkheid. Mama’s soepen waren de beste, ook al waren ze meestal afgeladen met prei. En toen ik zo klein was, haatte ik prei. Daardoor zat ik dagelijks al walgend, soms huilend, aan tafel terwijl ik die slijmerige stukken uit mijn soep viste. Maar als die er dan eindelijk uit waren, oei oei oei, dan vond ik zo’n soepske heerlijk.

Tegenwoordig eet ik niet meer dagelijks soep. Dit is deels omdat ik veel minder tijd heb dan mijn moeder had toen die mijn leeftijd was (al zal ik echt niet ontkennen dat ze er waarschijnlijk een fulltime baan aan heeft gehad mijn zus en mij ervan te weerhouden zand uit de zandbak te eten en onze kat te vermoorden, maar a la), dus is het voor mij schier onmogelijk om elke dag soup from scratch te maken. Maar daarnaast vind ik wat zwaardere soepen tegenwoordig lekkerder, en zeg nu zelf: heb jij elke dag zin in een zware soep? Nee, ik ook niet. Maar als ik dan zo eens per week een soepje maak, is het vaak een maaltijdsoep die barst van de groenten. Zonder prei, dat wel. Ik zeg namelijk nog steeds nee tegen slijm. Deze linzensoep is een van mijn favorieten, en ik zweer dat dat niet komt door zijn kleur. (Hell to the yeah komt het door zijn kleur!)

Linzensoep
(voor 4 personen)

Je hebt nodig:
◦ 3 wortels of 1 winterpeen
◦ 1 grote ui
◦ 3 tenen knoflook

◦ 1 rode peper (vers of gedroogd)

◦ een flinke scheut zonnebloemolie
◦ 250 gram gedroogde rode linzen (op de verpakking staat dat je de linzen moet wellen voor gebruik, maar voor deze soep hoeft dat niet)
◦ 1 blik gepelde tomaten
◦ 1,5 liter water

◦ 1 groentebouillonblokje (ikzelf gebruik bouillonblokjes zonder smaakversterkers en gist omdat deze soep dat allemaal niet nodig heeft, deze bouillon is onder andere te koop bij de EkoPlaza)
◦ 2 eetlepels gemalen komijn
◦ 2 eetlepels gemalen korianderzaad

◦ 2 eetlepels kurkuma

◦ het sap van een halve citroen
◦ verse koriander, gesneden (gebruik het hele bakje als je het in de supermarkt koopt, gebruik een flinke hand als je koriander bijvoorbeeld op de markt koopt)
◦ yoghurt
◦ versgemalen peper

Ook nodig:
◦ een soeppan
◦ een staafmixer


Snijd de wortel, ui, knoflook en rode peper in grove stukken en bak dit op hoog vuur even lekker aan in zonnebloemolie in een voor jou fijne soeppan. Voor mij is dat deze. Als de ui is verkleurd, en niet aangebrand zoals bij mij toen ik dit voor de eerste keer maakte, schep je alle linzen en de gehele inhoud van het blik gepelde tomaten door de substantie. Zet het vuur direct lager, anders krijg je aangebrande linzen, ik kan het weten. Schenk ongeveer 800 ml. water in de pan en breng dit alles op laag vuur aan de kook. Roer de gedroogde koriander, komijn en kurkuma door de soep en laat 20 minuten koken, nog steeds op laag vuur. Zorg dat je elke paar minuten door de soep roert, anders bakken je linzen alsnog aan.

Na 20 minuten heb je als het goed is een dikke pap voor je staan. Nu is het tijd om te staafmixen! Kijk goed uit, want je zult niet de eerste zijn bij wie de keuken langzaam oranje kleurt. Doe daarom voor de zekerheid ook maar oude kleren aan of een schort om. De soep moet na het mixen helemaal egaal zijn. Als dat het geval is, roer je het citroensap en de verse koriander erdoor. Het is de bedoeling dat de soep dik is, maar het hoeft geen saus te zijn. Als je vindt dat hij nog te dik is, schenk je er telkens 100 ml. water bij en roer je, totdat je vindt dat de soep een goede dikte heeft bereikt. Ik gebruik in de praktijk meestal in totaal een ruime liter water voor de soep, dus zo’n 1200 ml.

Laat de soep weer goed heet worden op laag vuur en vergeet niet regelmatig te roeren. Serveer met een scheutje yoghurt en versgemalen peper, en eet met (stok)brood. Deze soep kan prima ingevroren worden, dus schroom niet om deze hoeveelheid te maken!

Is deze lamp niet to die for?
Ja, vind ik dus ook.

Foto: Ana Kraš.

Het katje

Op momenten dat het hem uitkomt, bij voorkeur heel vroeg ‘s ochtends als hij helemaal vochtig van de dauw, na waarschijnlijk hongerig door weilanden te hebben gestruind op zoek naar muiskes, voor mijn deur staat, heb ik een katje. En het begon allemaal zo:

Lief zei op een late zondagavond: „Er staat een katje in het portiek.” Ik riep natuurlijk uit: „Laat hem zien!” Toen ik in mijn enthousiasme de deur wijd openzwaaide, dacht het katje waarschijnlijk dat zijn eigen voordeur openging, wat te begrijpen is aangezien hier 250 identieke huisjes staan. En dus rende hij op onze voordeur af, gaf mijn kuit een haastig maar liefdevol kopje in het voorbijgaan en nestelde zich onder het bed. En dit alles gebeurde binnen acht seconden.

„Ehm, katje?” zei ik verbaasd, terwijl ik nog in de deuropening stond. „Nee nee, katje, dit is niet jouw huis. Katje?” Maar het katje lag op dat moment even zijn pootjes te wassen in een bedrollerbox van IKEA en kon dus niet naar mij luisteren.

„Katje, kom, je moet weer weg,” hield ik vol terwijl ik richting bed liep. Ik zag het katje echter sereen in slaap vallen.

Mijn hart brak, maar ik haalde het slaperige katje toch onder het bed vandaan. Hij gaf me een likje en sloot daarna zijn ogen weer. Dit beschouwde ik als Een Teken.

„Oké, we houden hem,” zei ik dus resoluut, en ik gaf een kusje op zijn zachte oor.

Maar natuurlijk konden we het katje niet houden want halsbandje met telefoonnummer en wellicht enge ziektes en geen plek, tijd en geld voor een huisdier. Lief kijkt altijd eh, wat verder vooruit dan ik :’)

Hij verplichtte me het katje terug te zetten in het portiek, in de koude nattigheid (!). Ik deed dat heus niet met plezier hoor, vooral niet toen het zich vervolgens miauwend ter aarde stortte. Dus, jullie kennen me misschien een beetje, riep ik uit: „Oké, slécht idee, kom maar weer terug!” Maar voordat het katje weer binnen kon komen, sloot Lief zachtjes de deur. Zwijgend stonden we daar in de keuken, allebei ontroerd door het katje dat zichtbaar en hoorbaar zo graag bij ons wilde zijn, maar dat niet bij ons kon blijven. Het katje droop uiteindelijk af…

…om er een paar dagen later weer te staan! Ja, hoera! Sinds die avond heb ik ongeveer één keer per week mijn persoonlijke… leenkatje. Hij krabbelt aan onze deur, ik laat hem dan stiekem binnen. Hij geeft mij kopjes, ik knuffel hem een paar minuten heeeel hard, en laat hem dan weer vrij. Ideaal!

En hij heet trouwens Juffrouw Thea.

Het nieuwe begin

Omdat ik tegenwoordig zo goed ben in afscheid nemen, een nieuwe plek voor mij.

Voor fragmenten, beelden en liefde.
En voor een enkel frustratiestuk, wellicht.

Kuch.

More Information