VROEGER & nu.
VROEGER & nu.
Op momenten dat het hem uitkomt, bij voorkeur heel vroeg ‘s ochtends als hij helemaal vochtig van de dauw, na waarschijnlijk hongerig door weilanden te hebben gestruind op zoek naar muiskes, voor mijn deur staat, heb ik een katje. En het begon allemaal zo:
Lief zei op een late zondagavond: „Er staat een katje in het portiek.” Ik riep natuurlijk uit: „Laat hem zien!” Toen ik in mijn enthousiasme de deur wijd openzwaaide, dacht het katje waarschijnlijk dat zijn eigen voordeur openging, wat te begrijpen is aangezien hier 250 identieke huisjes staan. En dus rende hij op onze voordeur af, gaf mijn kuit een haastig maar liefdevol kopje in het voorbijgaan en nestelde zich onder het bed. En dit alles gebeurde binnen acht seconden.
„Ehm, katje?” zei ik verbaasd, terwijl ik nog in de deuropening stond. „Nee nee, katje, dit is niet jouw huis. Katje?” Maar het katje lag op dat moment even zijn pootjes te wassen in een bedrollerbox van IKEA en kon dus niet naar mij luisteren.
„Katje, kom, je moet weer weg,” hield ik vol terwijl ik richting bed liep. Ik zag het katje echter sereen in slaap vallen.
Mijn hart brak, maar ik haalde het slaperige katje toch onder het bed vandaan. Hij gaf me een likje en sloot daarna zijn ogen weer. Dit beschouwde ik als Een Teken.
„Oké, we houden hem,” zei ik dus resoluut, en ik gaf een kusje op zijn zachte oor.
Maar natuurlijk konden we het katje niet houden want halsbandje met telefoonnummer en wellicht enge ziektes en geen plek, tijd en geld voor een huisdier. Lief kijkt altijd eh, wat verder vooruit dan ik :’)
Hij verplichtte me het katje terug te zetten in het portiek, in de koude nattigheid (!). Ik deed dat heus niet met plezier hoor, vooral niet toen het zich vervolgens miauwend ter aarde stortte. Dus, jullie kennen me misschien een beetje, riep ik uit: „Oké, slécht idee, kom maar weer terug!” Maar voordat het katje weer binnen kon komen, sloot Lief zachtjes de deur. Zwijgend stonden we daar in de keuken, allebei ontroerd door het katje dat zichtbaar en hoorbaar zo graag bij ons wilde zijn, maar dat niet bij ons kon blijven. Het katje droop uiteindelijk af…
…om er een paar dagen later weer te staan! Ja, hoera! Sinds die avond heb ik ongeveer één keer per week mijn persoonlijke… leenkatje. Hij krabbelt aan onze deur, ik laat hem dan stiekem binnen. Hij geeft mij kopjes, ik knuffel hem een paar minuten heeeel hard, en laat hem dan weer vrij. Ideaal!
En hij heet trouwens Juffrouw Thea.